Testosteron boosten is hot. Mannen trainen zwaar, letten op hun buikvet, proberen beter te slapen en bestellen supplementen waarvan ze een paar jaar geleden de naam nog niet konden uitspreken. Als dat allemaal niet genoeg oplevert, komt tegenwoordig ook testosterontherapie steeds sneller in beeld. Op zich snap ik die aandacht wel, want testosteron doet nogal wat. Toch kijken we vooral naar leefstijl, zoals training, voeding, slaap en supplementen. Maar hoe zit het eigenlijk met het leven zelf? Ervaart een man voldoende autonomie, uitdaging en waardering, voelt hij zich aantrekkelijk en heeft hij nog het gevoel dat er ergens iets te winnen valt?
Toen ik jaren geleden De Testofactor schreef, besteedde ik al aandacht aan wat ik voor het gemak de apenrots noemde. Mannen willen ergens goed in zijn, invloed hebben op hun eigen leven, erkenning krijgen en af en toe het gevoel hebben dat ze winnen. Dat klinkt misschien behoorlijk primitief, maar onderzoek naar testosteron en gedrag wijst wel degelijk in die richting. Testosteronwaarden kunnen bij mannen veranderen door competitie en door winnen en verliezen. Ook je positie binnen een groep speelt een rol. Daarbij lijkt het niet alleen belangrijk waar je staat, maar ook of je het gevoel hebt dat je nog kunt stijgen. Je hoeft dus niet boven op de apenrots te zitten, zolang je maar niet het idee hebt dat je onderaan bent vastgebonden.
Het leven
Vooral dat laatste vind ik interessant. Veel mannen proberen hun gezondheid tot achter de komma te optimaliseren, terwijl ze acht uur per dag werk doen waarin ze nauwelijks iets te bepalen hebben. Juist invloed kunnen uitoefenen op je eigen positie lijkt relevant voor het testosteronsysteem. Dat betekent natuurlijk niet dat een middag zelf je agenda bepalen je testosteron omhoog jaagt. Zo simpel werkt het niet. Maar heeft het nog wel zin om drie keer per week te deadliften, wanneer je op je werk voor iedere beslissing eerst toestemming moet vragen aan iemand die zelf ook weer toestemming moet vragen. Op die apenrots sta je dan alsnog behoorlijk onderaan.
Ook relaties blijken interessant. Mannen in een vaste relatie hebben gemiddeld lagere testosteronwaarden dan single mannen en bij vaderschap dalen die waarden vaak verder. In een groot onderzoek bleken mannen met hogere testosteronwaarden aanvankelijk zelfs meer kans te hebben om later een partner en kinderen te krijgen, waarna hun testosteron na het vaderschap flink daalde. Evolutionair gezien is dat eigenlijk prachtig geregeld. Eerst helpt het systeem je om indruk te maken op een potentiële partner en zodra dat gelukt is, draait de natuur de kraan een stukje dicht zodat je ook nog zin hebt om een kinderwagen in elkaar te zetten.
Daarom vraag ik me af of we bij de huidige testosteronhype niet iets missen. Je kunt goed eten, zwaar trainen, acht uur slapen en je supplementenkast op orde hebben, terwijl je jezelf al jaren nauwelijks uitgedaagd voelt, weinig invloed ervaart en ook niet meer precies weet wanneer iemand voor het laatst bewonderend naar je keek. Van het gevoel dat iemand je aantrekkelijk vindt, kun je natuurlijk geen testosteronprotocol maken. Maar het idee dat alleen je leefstijl ertoe doet en het leven zelf nauwelijks, lijkt me ook lastig vol te houden.
Wie zijn testosteron wil ondersteunen, hoeft zijn sportschoolabonnement dus niet op te zeggen en zijn vitamine D niet meteen weg te gooien. Ik zou alleen ook eens kijken naar de apenrots waarop je iedere dag rondloopt. Zit je daar nog een beetje op je plek en valt er af en toe iets te winnen? Misschien begint testosteron optimaliseren dus niet alleen bij je leefstijl, maar ook bij de vraag of je leven nog een beetje bij je past.



