Een mens is geen optelsom van slaapminuten, stappen, stresspieken en hartslagvariabiliteit.
Voelt en denkt de mens zelf nog?
Steeds vaker vertellen cliënten mij niet meer hoe zij zich voelen, maar wat hun horloge daarvan vindt. Ze hebben slecht geslapen, onvoldoende hersteld en te veel stress. Dat staat allemaal keurig op hun dashboard.
Wanneer ik vervolgens vraag hoe ze zich daadwerkelijk voelen, moeten ze soms eerst nog even in de app kijken. Een cliënt kan tegenwoordig uitgerust wakker worden, opgewekt uit bed stappen en zin hebben in de dag. Daarna ziet hij dat zijn slaapscore slechts 54 bedroeg. Binnen enkele seconden voelt hij zich alsnog gebroken. Dat is ook begrijpelijk, want je kunt moeilijk vrolijk blijven wanneer een rood balkje officieel heeft vastgesteld dat je nacht waardeloos was. Misschien had je lichaam de slaap best aardig gevonden, maar heeft het algoritme helaas anders beslist.
Ook sporten is niet langer zomaar sporten. Je kunt lekker hebben getraind, persoonlijke records hebben gebroken en fluitend naar huis fietsen. Toch kan je horloge achteraf melden dat je herstel matig was en de trainingsbelasting onverantwoord hoog. Je dacht dat je goed bezig was, maar blijkbaar heb je jezelf tijdens die heerlijke training bijna om zeep geholpen. Gelukkig beschikt het apparaat meestal ook over een oplossing. Je moet rust nemen, meer bewegen, eerder slapen, minder stress ervaren en tegelijkertijd je conditie verder verbeteren. Daar knapt een mens onmiddellijk van op.
Ik heb niets tegen meten
Meetgegevens kunnen interessante patronen zichtbaar maken. Een stappenteller kan iemand uit zijn stoel krijgen en een slaaptracker kan laten zien dat vijf uur slaap structureel misschien wat weinig is. Voor die laatste ontdekking hadden we vroeger overigens geen horloge van vierhonderd euro nodig. Een spiegel en een collega die vroeg of alles wel goed ging, volstonden meestal ook.
Het wordt pas ingewikkeld wanneer we een apparaat meer gaan vertrouwen dan ons eigen lichaam. Sommige mensen kijken ’s ochtends eerst naar hun herstelscore voordat ze besluiten of ze zich goed mogen voelen. Anderen zien halverwege de dag dat hun stressniveau verhoogd is en schrikken daar zo van dat het direct nog verder stijgt. Het horloge krijgt daardoor alsnog gelijk. Dat vind ik een bijzonder knappe vorm van technologie.
Bovendien meten deze apparaten veel, maar begrijpen ze weinig. Een horloge registreert hartslag, beweging en temperatuur, maar het weet niet dat je gisteren ruzie had met je partner. Het ziet ook niet dat je werk je leegtrekt, dat je vader ziek is of dat je tot diep in de nacht wakker bleef door een fantastisch gesprek met een oude vriend. Het apparaat constateert alleen dat je herstel ondermaats was. De avond zelf kan volgens het dashboard als mislukt worden beschouwd.
Misschien raken we door al dat meten zelfs een beetje verleerd om te voelen. Honger, verzadiging, spanning, energie en vermoeidheid waren ooit signalen die wij zelf probeerden te herkennen. Inmiddels wachten we liever tot onze telefoon er een gekleurd grafiekje van maakt. We beschikken over steeds meer informatie over ons lichaam, terwijl we soms steeds minder goed weten wat het ons probeert te vertellen.
Een meting kan nuttig zijn, maar zij blijft een hulpmiddel dat uitleg en gezond verstand nodig heeft. Een mens is geen optelsom van slaapminuten, stappen, stresspieken en hartslagvariabiliteit. Soms heb je slecht geslapen en voel je je toch prima. Soms zien alle cijfers er prachtig uit en zit je helemaal niet lekker in je vel. Geen enkel dashboard kan dat verschil volledig begrijpen. Kijk daarom gerust naar je horloge, maar vergeet niet om af en toe ook naar jezelf te luisteren. Een goede dag hoeft tenslotte niet eerst door een algoritme te worden goedgekeurd



