De afgelopen jaren krijg ik regelmatig de vraag waarom ik tegenwoordig minder vaak de confrontatie zoek dan vroeger. Die vraag begrijp ik wel.
In discussie gaan
Wie mijn eerste jaren heeft gevolgd, weet dat ik de discussie bepaald niet uit de weg ging.
Toen De hormoonfactor in 2009 verscheen, ging ik als ingenieur levensmiddelentechnologie regelmatig de discussie aan over voeding en gezondheid. Ik stelde gevestigde voedingsadviezen ter discussie en schuwde de confrontatie niet met de levensmiddelenindustrie, het Voedingscentrum en zelfs de farmaceutische industrie.
Ik heb daar nooit spijt van gehad.
Die discussies brachten een belangrijk onderwerp onder de aandacht. Achteraf ben ik ervan overtuigd dat ze ook een belangrijke rol hebben gespeeld in het succes van mijn eerste boek. Misschien was dat ook meteen de grootste valkuil. Daar kwam ik zelf pas jaren later achter. Wie groot wordt door de strijd aan te gaan, trekt een publiek aan dat die strijd blijft verwachten. Dat publiek vraagt zelden om meer nuance, maar juist om een volgende strijd.
Dat mechanisme zie ik tegenwoordig iedere dag op sociale media terug.
Sommige influencers bouwen nog steeds een groot bereik op door de levensmiddelenindustrie, farmaceutische bedrijven of de politiek voortdurend aan te vallen. Soms is die kritiek terecht, maar de drang naar bereik zorgt er ook regelmatig voor dat standpunten veel stelliger worden gebracht dan de onderliggende feiten rechtvaardigen.
Daarna melden zich de beroepsmatige charlatanjagers. Voor een deel van hen is het bestrijden van vermeende charlatans inmiddels hun verdienmodel geworden. De één bouwt een publiek op door de aanval te openen, de ander door die aanval te bestrijden. Zo groeien beide kampen verder, wordt het publieke debat steeds harder en verdwijnt nuance steeds verder naar de achtergrond. Dat maakt de samenleving er niet prettiger op.
Nuance, verdieping en oplossingen
Gaandeweg ontdekte ik een tweede keerzijde. Ik ontdekte dat ook mijn werk steeds afhankelijker dreigde te worden van de strijd die ik zelf was aangegaan. Ik ben ervan overtuigd dat mijn keuze om genuanceerder en meer verbindend te communiceren mij bereik, volgers en waarschijnlijk ook omzet heeft gekost. Ondertussen kost het jaren om een nieuw publiek op te bouwen dat juist wat meer komt voor nuance, verdieping en oplossingen. Ik merkte ook dat die voortdurende strijd langzaam een deel van mijn publieke identiteit begon te worden. En dit, terwijl de mensen die mij echt kennen, juist een heel andere Ralph zien. Dat verschil begon steeds meer te schuren.
Mijn diepe overtuigingen zijn in al die jaren eigenlijk nauwelijks veranderd, maar wel mijn manier van communiceren. Ik ben alleen anders gaan kijken naar mijn eigen energiebalans.
Ik haal veel meer voldoening uit het bouwen aan het Hormoonfactor Instituut, het ontwikkelen van nieuwe producten voor Ralph & Jane en het helpen van mensen om weer grip te krijgen op hun hormoonbalans en vitaliteit dan uit het winnen van een online discussie.
Toch zal ik mij altijd blijven uitspreken wanneer ik vind dat dat nodig is. Wat ik echter niet meer wil is dat strijd de rode draad in mijn werk vormt. Daarom ben ik de afgelopen jaren mijn eigen 80-20-regel gaan volgen. Ongeveer tachtig procent van mijn energie gaat naar bouwen en ongeveer twintig procent naar de strijd aangaan wanneer ik vind dat die ergens over gaat. Die balans past beter bij wie ik ben.
Ik wil liever bekendstaan om wat ik heb opgebouwd dan om de strijd die ik heb gevoerd.



